Zodra het schooljaar eindigt, komt de discussie over het weggooien van boeken in het onderwijs weer op gang. Scholen en ouders maar ook de politiek stellen hierover jaarlijks vragen. Dat is begrijpelijk. Het weggooien van ongebruikte boeken of maar deels gebruikte boeken voelt niet als een duurzame keuze.
De discussie over wat duurzaam is en niet, is echter complexer dan vaak wordt geschetst. Er ontstaat al snel een onderscheid tussen herbruikbare leerboeken en leerwerkboeken die na gebruik worden weggegooid. In de praktijk is dat onderscheid niet zo makkelijk te maken. Leermiddelen verschillen namelijk sterk in vorm, gebruik, productieproces, distributie en samenstelling. Ook digitale leermiddelen hebben impact, bijvoorbeeld door het gebruik van software, hardware en energie. Daarom is niet altijd eenvoudig vast te stellen welk type leermiddel uiteindelijk de minste milieu-impact heeft.
Het verminderen van verspilling staat echter wel centraal. Dat begint bij kritisch kijken naar wat daadwerkelijk nodig is, wat wordt besteld en wat in de praktijk wordt gebruikt. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag of een boek herbruikbaar is, maar ook om de vraag of alle bestelde onderdelen van een methode daadwerkelijk worden gebruikt. Scholen kunnen daarin keuzes maken, maar zijn ook afhankelijk van het aanbod in de markt. Licenties, folio, leerboeken en werkboeken worden in de praktijk vaak in vaste combinaties aangeboden. Daardoor is het voor scholen niet altijd eenvoudig om alleen die onderdelen af te nemen die zij daadwerkelijk nodig hebben of gebruiken.
Verduurzaming vraagt om samenwerking
Juist daarom vraagt verduurzaming van de leermiddelenketen om samenwerking tussen alle betrokken partijen. SIVON, MEVW, VEDN en de VO-raad werken samen aan vervolgstappen om duurzaamheid beter en praktischer mee te nemen in de leermiddelenketen. Eerder dit jaar ondertekenden deze partijen het handvest ‘Op weg naar een duurzame leermiddelenketen’ waarin zij hun gezamenlijke ambities hebben vastgelegd. De komende periode werken de partijen verder aan praktische ondersteuning voor scholen. Denk aan handvatten voor het keuzeproces, voorbeeldvragen voor leveranciers en manieren om duurzaamheid mee te nemen in aanbestedingen en inkooptrajecten.
Daarnaast hebben SIVON, MEVW en de VO-raad gezamenlijke aanbevelingen opgesteld. Belangrijke aanbevelingen zijn dat uitgevers scholen zoveel mogelijk keuzevrijheid bieden tussen herbruikbare boeken en leerwerkboeken (verbruiksboeken) en de mogelijkheid om onderdelen van lesmethodes ook los aan te bieden.
Ook voor scholen ligt er een belangrijke rol. Wij bevelen schoolbesturen aan om duurzaamheid bewust mee te nemen in hun leermiddelenbeleid en regelmatig te evalueren of de gekozen leermiddelen nog passen bij de onderwijsvisie en of de bestelde leermiddelen ook daadwerkelijk worden gebruikt. Zo wordt duurzaamheid een gezamenlijke verantwoordelijkheid van uitgevers en schoolbesturen.
De discussie over wegwerpboeken laat zien dat duurzaamheid leeft binnen en buiten het onderwijs. Het is belangrijk om verder te kijken dan één type leermiddel. Alleen door samen te werken en verantwoordelijkheid te nemen binnen de hele leermiddelenketen kunnen we stappen zetten naar meer duurzaamheid in deze keten.
